De dekens, verenigd in het dekenberaad, steunen in grote lijnen het wetsvoorstel voor de Tweede tranche van de Wet internationale sanctiemaatregelen (WIS). Daarbij benadrukken zij dat duidelijkheid en consistentie met bestaande regelgeving, zoals de Anti-Money Laundering Richtlijn (AMLR), essentieel zijn voor effectief toezicht. De reikwijdte van ‘de normadressaat’ vraagt om verduidelijking zodat duidelijk is dat bedoeld is om niet alleen individuele advocaten, maar ook advocatenkantoren als verantwoordelijke partijen aan te merken en op kantoorniveau te handhaven.
Blijvende scherpte en aandacht voor het beroepsgeheim en verschoningsrecht vormen een rode lijn in de reactie. De dekens wijzen erop dat uitbreiding van de wet via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) niet mag leiden tot aantasting van deze fundamentele rechten. De bevoegdheid om de reikwijdte van de wet uit te breiden, behoort bij de wetgever te liggen, niet bij de uitvoerende macht. Daarnaast pleiten zij voor een praktische en concrete Nationale Risicobeoordeling (NRA), die poortwachters daadwerkelijk helpt bij het herkennen van sanctieontwijking.
Tot slot benadrukken de dekens het belang van samenwerking en data-uitwisseling tussen overheid, toezichthouders en instellingen, mits binnen de grenzen van vertrouwelijkheid. Een structurele dialoog, bijvoorbeeld via het Coördinatiepunt Meldingen Sancties (CMS), kan hierin een faciliterende rol spelen. De reactie onderstreept dat het wetsvoorstel alleen kan slagen als deze knelpunten worden opgelost.